Menu

Biografie

Bruno Coulais

Bruno Coulais volgt een klassieke muziekopleiding viool en piano terwijl hij vol overgave bioscopen in het Quartier Latin bezoekt. Tijdens een stage klankkunst in een auditorium ontmoet hij Francois Reichenbach, die hem voorstelt om de muziek te componeren voor zijn documentaire Mexico Magico uit 1977.

Bruno Coulais specialiseert zich vervolgens geleidelijk aan in filmmuziek. Hij schrijft de originele tapes van La Femme secrète uit 1986 en wisselt televisie (L’Instit, 1993) af met film (Le Retour de Casanova, 1992). Met Microcosmos, le Peuple de L’herbe, wordt hij in 1996 beroemd. Het levert hem in 1997 de César voor beste muziek op.

Sindsdien componeert hij niet alleen soundtracks voor grote producties zoals Les Rivières Pourpres van Mathieu Kassovitz in 2000, Belphégor, le Phantôme du Louvre van Jean-Paul Salomé in 2001 en Vidocq de Pitof in 2001, maar ook voor kortfilms zoals Dejà mort van Olivier Dahan in 1998 en Comme un aimant van Akhenaton in 2000. Hij componeert ook graag voor allerlei soorten films, komedies zoals Belle Maman van Gabriel Aghion in 1999 of dramatische komedies zoals Harrison’s Flowers van Elie Chouraqui in 2000.

Hij werkt regelmatig met Bulgaarse koren en met de Corsicanen van A Filetta. Hij heeft meerdere malen samengewerkt met producent Jacques Perrin, o.a. voor Himalaya, l’enfance d’un chef, waarvoor hij in 2000 een tweede Cesar kreeg.

Agenda